Wijngeschiedenis: De druifluis
Hoe verwoestte de druifluis de Europese wijngaarden?
De druifluis is een klein insect uit Noord-Amerika dat vanaf 1863 de wortels van de Europese wijnstokken aanvrat. In een paar decennia verwoestte hij het grootste deel van de wijngaarden in Frankrijk en daarbuiten. De redding kwam uit Amerika zelf: Europese wijnstokken werden geënt op wortels van Amerikaanse druiven, die tegen de luis bestand zijn.
Op deze pagina

Wat is de druifluis?
De druifluis, in het Latijn phylloxera, is een piepklein geel insect, kleiner dan een millimeter. Hij leeft op de wortels van wijnstokken en zuigt er sap uit. Op de wortels ontstaan zwellingen en wonden, waar schimmels en bacteriën in komen. De wijnstok kan geen water en voeding meer opnemen en sterft binnen een paar jaar af.
In Noord-Amerika kwam de luis van nature voor. De wilde Amerikaanse druivensoorten zijn er in de loop van duizenden jaren aan gewend geraakt. Hun wortels herstellen zich en vormen een harde laag rond de wonden. De Europese wijnstok, Vitis vinifera, had nooit met de luis te maken gehad en had geen verdediging.
Hoe kwam de druifluis naar Europa?
In het midden van de negentiende eeuw verzamelden Europese botanici en tuinders graag planten uit Amerika. Tussen ongeveer 1858 en 1862 kwamen er veel Amerikaanse wijnstokken naar Europa, onder meer om te proberen of ze tegen een andere ziekte, meeldauw, bestand waren. Ongemerkt reisde de luis mee, aan de wortels. Stoomschepen maakten de oversteek zo snel dat de insecten de reis overleefden.
Vanaf 1863 gingen er in de zuidelijke Rhône wijnstokken dood zonder dat iemand wist waarom. De bladeren werden geel, de stokken kwijnden weg en de ziekte breidde zich elk jaar verder uit, als een olievlek. Boeren dachten aan het weer, aan een schimmel of aan uitputting van de grond.

Wie ontdekte de oorzaak?
In juli 1868 groef een commissie van de landbouwvereniging van het departement Hérault, met de botanicus Jules-Émile Planchon uit Montpellier, wijnstokken uit bij Saint-Martin-de-Crau. Op de wortels van zieke stokken vonden ze massa's kleine gele luizen. Planchon noemde het insect Phylloxera vastatrix, de verwoester.
Niet iedereen geloofde hem. Veel mensen dachten dat de luis een gevolg van de ziekte was, niet de oorzaak. De Amerikaanse insectenkundige Charles Riley bevestigde dat het om een Amerikaans insect ging. Intussen trok de luis verder door Frankrijk en naar Spanje, Italië, Duitsland en ver daarbuiten.
Wat probeerden boeren tegen de luis?
De Franse regering loofde een prijs uit van 300.000 frank voor wie een middel vond. Er kwamen honderden voorstellen. Wijngaarden werden in de winter onder water gezet, zodat de luizen verdronken. Boeren spoten zwavelkoolstof in de grond, een giftige stof die duur en gevaarlijk was. Anderen plantten in zand, waar de luis zich slecht beweegt. Niets hielp op grote schaal.
De oplossing kwam van mensen als Léo Laliman, Gaston Bazille en Planchon zelf: enten. Daarbij zet je een stukje van een Europese wijnstok op de wortels van een Amerikaanse druif. De wortels zijn bestand tegen de luis, terwijl de druiven boven de grond gewoon Merlot, Pinot Noir of Riesling blijven. Veel boeren verzetten zich, bang dat de wijn naar Amerikaanse druiven zou smaken. Maar de proeven werkten.
Hoe veranderde de druifluis de wijnwereld?
Rond de eeuwwisseling werd in heel Frankrijk opnieuw geplant, op geënte stokken. Deze heropbouw heette de reconstitution. Amerikaanse onderzoekers als Thomas Munson in Texas hielpen bij het vinden van geschikte onderstammen. Onderzoekers noemen het enten nu de eerste grote biologische bestrijding in de moderne landbouw.
De gevolgen waren groot. Veel arme boeren gaven op en trokken naar de stad of naar andere landen. Sommige druivensoorten raakten bijna vergeten, zoals Carmenère in Bordeaux. Wijngebieden kregen een nieuwe vorm, met minder maar betere wijngaarden.
Bestaat de druifluis nog?
Ja, de druifluis is nooit verdwenen en er bestaat nog steeds geen middel tegen. Bijna alle wijnstokken in de wereld staan daarom op geënte wortels. Er zijn uitzonderingen: plekken waar de luis niet kan leven, zoals in heel zandige grond, of waar hij nooit is gekomen. Chili is daar het bekendste voorbeeld van. Ook in Australië zijn delen van de Barossa Valley nooit door de luis getroffen, met wijnstokken van meer dan honderd jaar oud.
Naast enten probeerden onderzoekers ook nieuwe druiven te kweken, door Europese en Amerikaanse druiven te kruisen. Zulke hybriden waren bestand tegen de luis en tegen schimmelziektes. Na de crisis werden ze op veel plekken in Frankrijk geplant. Ze gaven veel wijn, maar van mindere kwaliteit en werden later grotendeels weer gerooid.
Wat is een onderstam?
Een onderstam is de wortel van een andere druif, meestal een Amerikaanse soort, waarop een wijnstok wordt geënt. De onderstam beschermt tegen de druifluis, de bovenkant bepaalt welke druiven er groeien.
Waar komt de druifluis vandaan?
Uit Noord-Amerika. Hij kwam rond 1860 met Amerikaanse wijnstokken naar Europa.
Is er een middel tegen de druifluis?
Nee. Wijnboeren beschermen hun wijnstokken door ze te enten op Amerikaanse onderstammen, die tegen de luis bestand zijn.