Wijngeschiedenis: De Romeinen en de Moezel
Hoe brachten de Romeinen de wijn naar de Moezel?
De Romeinen brachten de wijnbouw naar de Moezel om hun soldaten en hun bestuursstad Trier van wijn te voorzien. Wijn uit Italië aanvoeren was duur, dus plantten ze wijngaarden op de hellingen langs de rivier. In Piesport staat nog de grootste Romeinse wijnpers ten noorden van de Alpen, uit de vierde eeuw.
Op deze pagina

Waarom plantten de Romeinen wijn aan de Moezel?
Wijn hoorde voor de Romeinen bij elke maaltijd, ook bij die van soldaten. Toen het Romeinse Rijk zich uitbreidde tot aan de Rijn, kwamen er grote legerkampen en steden in het noorden. Trier werd rond 16 voor Christus gesticht en groeide uit tot een van de belangrijkste steden van het westen van het rijk. Al die mensen wilden wijn.
Wijn uit Italië of uit het zuiden van Gallië kwam van ver en was daardoor duur. Het was handiger om dichtbij zelf druiven te telen. De steile hellingen langs de Moezel bleken daar goed voor: ze liggen op de zon en de rivier tempert de kou. Waarschijnlijk werden de eerste wijngaarden in de tweede eeuw na Christus aangelegd, op de hellingen rond Trier.
Wat vertelt de wijnpers van Piesport?
In 1985 werd onder aan de beroemde wijngaard Piesporter Goldtröpfchen gegraven om grond vrij te maken. Daarbij stuitten de werkers op muren van een groot gebouw. Het bleek een Romeinse wijnpers uit de vierde eeuw te zijn, 44 meter lang en 20 meter breed. Volgens het Duitse Wijninstituut is het de grootste Romeinse wijnpers die ten noorden van de Alpen is gevonden.
De druiven werden er eerst met de voeten getreden. Daarna ging de pulp onder een grote houten pers. Tot 130 mensen konden er per seizoen tot 60.000 liter gekneusde druiven verwerken. Dat leverde naar schatting 30.000 tot 40.000 liter wijn per jaar op. Zo'n grote pers was meer dan een boerderij nodig had. Onderzoekers denken daarom dat hij misschien voor het bestuur in Trier of voor het keizerlijk hof werkte.
In 1992 vond men in Piesport nog een tweede, kleinere pers, uit de tweede eeuw. Beide zijn te bezoeken. Bij de grote pers staat een nagebouwde pers met een gewicht aan een schroef, die nog werkt. Elk jaar wordt er weer wijn geperst zoals vroeger.

Wie was Ausonius?
Ausonius was een Romeinse dichter en leraar uit Bordeaux die in de vierde eeuw aan het hof in Trier werkte. Rond het jaar 371 schreef hij een lang gedicht over de rivier, de Mosella. Daarin beschrijft hij de groene hellingen vol wijnstokken die weerspiegelen in het water en de wijnboeren die elkaar over de rivier toeroepen.
Het gedicht laat zien dat de wijnbouw aan de Moezel in de vierde eeuw al bloeide. Het Moezelse wijnbureau noemt het nog altijd: Ausonius zou de helling van de Goldtröpfchen hebben beschreven als een natuurlijk amfitheater. Wie vandaag in Piesport staat, ziet precies dat: een halve cirkel van steile wijngaarden boven een bocht in de rivier.
Waren de Romeinen de eersten die in Frankrijk en Duitsland wijn maakten?
Aan de Moezel waren de Romeinen de eersten die op grote schaal wijn maakten. In het zuiden van Frankrijk begon het eerder. Griekse kolonisten stichtten rond 600 voor Christus Massalia (het huidige Marseille) en brachten wijnstokken mee. De Romeinen namen die kennis over en verspreidden de wijnbouw langs hun wegen en rivieren, ook langs de Rhône.
Veel van de wijngebieden van nu liggen op plekken die de Romeinen al gebruikten: langs rivieren, op hellingen en bij steden. Ze wisten dat een helling op het zuiden meer zon krijgt en dat water in de buurt helpt tegen nachtvorst. Na de val van het rijk namen kloosters de zorg voor veel wijngaarden over. Daarover gaat het verhaal van de monniken van de Bourgogne.
Wat proef je nu nog van die geschiedenis?
De Moezel geldt als het oudste wijngebied van Duitsland. De Romeinen dronken er waarschijnlijk andere wijn dan nu, want de druif die de streek nu beroemd maakt, Riesling, wordt pas veel later genoemd. Wat wel bleef, zijn de steile hellingen op leisteen boven de rivier. Daar groeit nu frisse, lichte witte wijn met veel zuur en een geur van appel en perzik.
Langs de rivier liggen nog meer Romeinse sporen, van wijnpersen tot villa's. Fietsers en wandelaars volgen een route langs die plekken. Wie in de herfst een glas Moezelwijn drinkt onder de wijngaarden van Piesport, drinkt op een plek waar al zestienhonderd jaar wijn wordt gemaakt.
Wat is de Mosella?
De Mosella is een lang Latijns gedicht over de Moezel van de Romeinse dichter Ausonius, geschreven rond 371. Het beschrijft onder meer de wijngaarden op de hellingen langs de rivier.
Wanneer kwam de wijnbouw naar Duitsland?
Met de Romeinen. Aan de Moezel werden de eerste wijngaarden waarschijnlijk in de tweede eeuw na Christus aangelegd.
Kun je de Romeinse wijnpers bezoeken?
Ja. De pers ligt onder aan de wijngaard Piesporter Goldtröpfchen en is vrij te bekijken. Er staat ook een werkende nagebouwde pers.