Wijngeschiedenis: Champagne in de oorlog
Wat gebeurde er met champagne in de Tweede Wereldoorlog?
In de Tweede Wereldoorlog was de Champagne vier jaar bezet. De Duitsers vorderden elk jaar 15 tot 18 miljoen flessen, via een speciale vertegenwoordiger in Reims, Otto Klaebisch. De champagnehuizen verstopten flessen achter muren in hun kelders, werkten samen in een nieuw comité en hielpen het verzet. Robert-Jean de Vogüé van Moët & Chandon werd daarvoor ter dood veroordeeld.
Op deze pagina

Hoe kwam de Champagne onder Duitse bezetting?
In juni 1940 trok het Duitse leger Frankrijk binnen en stak het de Marne over zonder veel tegenstand. De Champagne werd voor vier jaar bezet gebied. Al in de eerste maanden verdwenen volgens de vereniging van champagnehuizen meer dan twee miljoen flessen uit de kelders, gewoon meegenomen door soldaten en officieren.
Daarna werd het roven geregeld. De Duitse bezetter stelde in de belangrijke wijngebieden speciale vertegenwoordigers aan, door de Fransen weinführer genoemd. In Reims was dat Otto Klaebisch, een man uit een familie van wijnhandelaars uit het Rijnland. De inwoners noemden hem de champagneführer.
Hoeveel champagne eisten de Duitsers?
Klaebisch stelde de hoeveelheden vast die de huizen moesten leveren. Volgens de vereniging van champagnehuizen ging het tot het eind van de oorlog om 15 tot 18 miljoen flessen per jaar. Andere bronnen noemen een eis van 400.000 flessen per week, wat op hetzelfde neerkomt. De huizen werden ervoor betaald en mochten wat overbleef in Frankrijk en aan neutrale landen verkopen.
De Duitsers gebruikten de champagne voor hun leger, voor feesten van officieren en als ruilmiddel met neutrale landen. Voor de champagnehuizen was het een moeilijke positie. Ze moesten leveren om hun bedrijf en hun mensen te beschermen en tegelijk probeerden ze zoveel mogelijk van hun beste wijn te redden.

Hoe verstopten de champagnehuizen hun flessen?
De kelders van de Champagne zijn uitgehakt in het krijt onder Reims en Épernay. Ze zijn kilometers lang, met gangen en zijgangen. Dat bood mogelijkheden. Vanaf 1940 metselden veel huizen gangen dicht, met hun beste flessen erachter. Soms stapelden ze er gewone flessen voor, zodat het leek alsof de gang eindigde. Andere flessen gingen in putten.
Ook met etiketten werd gesmokkeld. Sommige huizen gaven flessen van mindere wijn een mooi etiket en hielden de beste jaargangen achter. Volgens HistoryNet schreven sommige huizen zelfs gif op flessen met hun beste wijn, zodat niemand ze zou meenemen. Dat soort verhalen is lastig te controleren, maar dat er op grote schaal werd verstopt, bevestigen meerdere bronnen.
Welke rol speelden de champagnehuizen in het verzet?
Om met één stem te spreken tegenover de bezetter, richtten telers en huizen samen een comité op. Bij wet van 2 april 1941 ontstond het Comité Interprofessionnel du Vin de Champagne, het CIVC. Het verdeelde schaarse materialen zoals suiker en kurken en regelde de leveringen aan de Duitsers. Robert-Jean de Vogüé, de baas van Moët & Chandon, speelde er een leidende rol in.
Achter de schermen gebeurde meer. In de huizen werden geallieerde piloten en Joodse families verborgen en in de kelders werden spullen van het verzet bewaard. Bij Piper-Heidsieck werden de kelders verzegeld nadat er Engelse parachutes waren gevonden. Ook de bestellingen zelf vertelden iets: volgens HistoryNet bestelden de Duitsers begin 1941 champagne met speciale kurken voor grote hitte. Het verzet gaf dat door aan de Britten, als aanwijzing voor een veldtocht in Noord-Afrika.
Wat gebeurde er met Robert-Jean de Vogüé?
Eind 1943 ontdekten de Duitsers een verzetsgroep binnen Moët & Chandon. In november werd De Vogüé door de Gestapo gearresteerd, samen met andere leiders van het huis. Hij werd ter dood veroordeeld. Het vonnis werd niet uitgevoerd, maar hij werd naar een kamp in Duitsland gestuurd. Hij overleefde de oorlog en kwam in 1945 vrij.
Op 28 augustus 1944 werd Épernay bevrijd, op 30 augustus Reims, door het Derde Amerikaanse Leger van generaal Patton. Op 7 mei 1945 tekenden de Duitsers in een school in Reims hun overgave. Er werd in de Champagne uitbundig gevierd, met de flessen die vier jaar achter de muren hadden gelegen.
Bestaat het CIVC nog?
Het comité dat in de oorlog ontstond, bestaat nog altijd en heet nu ook wel het Comité Champagne. Telers en huizen werken er samen. Het beschermt de naam champagne in de hele wereld, regelt de oogst en doet onderzoek naar de wijngaarden. Zo leeft een samenwerking uit een donkere tijd voort in de organisatie van de streek.
Ook de kelders zelf zijn bewaard gebleven. Sinds 2015 staan de hellingen, huizen en kelders van de Champagne op de Werelderfgoedlijst van UNESCO. Veel champagnehuizen in Reims en Épernay laten bezoekers door hun krijtkelders lopen, waar je je kunt voorstellen hoe er ooit flessen achter muren lagen.
Wat was een weinführer?
Zo noemden de Fransen de Duitse vertegenwoordigers die in de bezette wijngebieden de inkoop van wijn regelden. In de Champagne was dat Otto Klaebisch.
Wanneer werd het CIVC opgericht?
Bij wet van 2 april 1941, tijdens de bezetting. Het comité bestaat nog altijd en vertegenwoordigt de telers en huizen van de Champagne.